08-09-2016

‘Wij hoorde dat u zich betrokken voelt bij mensen die niet meer weten wat ze moeten doen. U moest eens weten hoe veel mensen op zoek zijn naar hulp en bang zijn dat ze niet gehoord zullen worden. We kunnen iedereen wel aanraken en vragen naar hulp maar dat wordt niet gehoord. We zijn zoekende, maar vluchten ook weg omdat we niet weten wie we tegen kunnen komen. We zijn naar u gestuurd, u bidt voor ons. Uw huis is een weldaad voor ons. Kunt u ons verder helpen?’

‘Met hoeveel mensen bent u hier en komen jullie uit Nederland?’

‘Ja, wij behoren aan dit land maar nu niet meer.’

‘Zijn jullie al lang over?’

‘Dat is nog al verschillend. Weet u, je zoekt toch naar gelijkgestemden. Er is zo veel onrecht en er wordt met verschillende maten gemeten. Velen zien geen uitweg meer. Ze zijn droevig omdat ze niet gehoord worden.’

‘Bent u dan niemand tegengekomen die jullie naar het licht wilde brengen?’

‘Nee, nog niet. We weten wel dat we niet meer terug kunnen. We lopen en lopen en komen steeds op de zelfde plek uit. Het is ook heel verdrietig dat we anderen achter moeten laten, zij die bang zijn en terug vluchten naar het schemergebied, zij zijn bang voor ontmoetingen met anderen. Ze weten niet wie er te vertrouwen is. Er wordt ook veel gescholden. Bent u nog genegen om ons te helpen?’

‘Kunnen jullie bidden?’

‘Sommige wel.’

‘Laat ons samen om hulp vragen en bidden om licht en liefde.’

‘Zien jullie al wat?’

‘We horen zingen en er komt licht uit de verte.’

‘Ga er naar toe en blijf bidden. Ik zal licht voor jullie opsteken. Ga maar.’

‘Dank je wel.’