Afkomstig uit een heel oud handboek voor discipelen.

‘Ik ben de ziel.

En ook ben ik Liefde.

Bovenal ben ik zowel de wil

als het vast oogmerk.

Het is nu mijn wil

om het lager zelf

te verheffen tot

in het goddelijk licht.

Dat licht ben ik.

Daarom moet ik afdalen tot waar

mijn lager zelf mijn komst verwacht.

Dat wat wenst te verheffen

en dat wat roept om verheffing

zijn nu één.

Aldus

is mijn wil.’  ­­­