Bij wie hoort u?

“Rozenhaag groentetuin, klapdeurtje”

Wanneer heb ik je gekend vroeger? Hoe is uw naam?

“Mia, mijn foto staat bij jou in de boekenkast.”

Hoe gaat het met jou?

“heel goed, wil je Dirk van mij groeten en zeg hem niet te veel hooi op zijn vork te nemen.”

Kan ik iets voor je doen?

“nee, maar ik vind het leuk om te kijken hoe alles is veranderd.”

Wat voor werk doe je?

“Ik help met dieren, dat wordt dikwijls vergeten door mensen. Dieren hebben ook liefde nodig en voelen heel veel aan. Waarom neem jij geen dier?”

Niet op de flat Mia
Wat leuk dat je komt, is je man ook al over?

“Nog niet, maar dat duurt niet lang meer. Jouw schoonzus duurt ook niet lang meer.”

Nee gelukkig, maar ze heeft veel pijn.

“mooi dat jullie daar naar toe zijn gegaan, dat doet haar goed.”

Kom je nog eens Mia?

“Als je dat leuk vindt. Maar er gaat veel gebeuren. Blijf de mensen helpen, mooi werk Tiny. Groeten voor allemaal. – Mia “