
‘Mij is ter ore gekomen dat u hulp kan bieden voor mensen die zoekende zijn”
ja, dat klopt hoor, als er een mogelijkheid is om u te kunnen helpen wil ik dat graag doen. Kunt u uw naam zeggen?
“Ja, mijn naam is Bart. Ik woonde lang samen met mijn vrouw. Zij is weggegaan. Ik ben in het huis gebleven maar er zijn andere mensen in gaan wonen. Een kindje ziet mij en is bang van mij. dat wil ik niet, maar ik wil ook niet weg.”
Lieve meneer Bart, je kan daar toch niet altijd blijven, dat is toch niet fijn?
“Maar het is wel mijn huis.”
Er wacht u nog een veel mooier huis als u meegaat met de engelen die u daar naar toe brengen. Dan ziet u ook uw vrouw en die is weer heel blij dat u weer bij haar bent en dan mag u weer samen verder gaan. Kunt u bidden?
“Ja, maar doe ik niet meer.’
Waarom niet?
“ik durf niet zo goed. Ik wil niet naar de hel.”
Maar die is er niet, alleen heel veel liefde.
“Bent u daar geweest?”
Nog niet, maar ik mag daar wel naar toe, dat is mij beloofd.
“Door wie?”
Door Jezus en u mag daar ook naar toe. Zullen we samen vragen om hulp voor u? Lieve Heer, Bart is bang, maar als de lieve engelen komen wil hij graag meegaan naar het nieuwe huis. Zo is het toch Bart?
“Ja.”
Zie je een lichtje naar je toekomen?
“ja, mooi licht. Hetzelfde licht dat om het kindje is.”
Ga dan met de engelen mee, ga gerust. Je zult heel blij zijn en niet meer bang. Toe maar.
“Oke. ik doe het, daag.”
Dag Bart